Als we het over kinderboeken hebben, hebben we het over literatuur en leesplezier. We hebben het zelden nog over verderfelijke waarden en normen, over goede voorbeelden en lessen leren. Meisjes hoeven niet meer al lezende voorbereid te worden op een leven als trouwe echtgenote en lieve moeder.
We zijn bijna 2017.
Maar al die literaire boeken die prettig zijn om lezen, tonen een bepaalde wereld, een maatschappij met al haar normen en waarden en opvattingen... de hele santeboetiek.
Sinds ik nadenk over M/V/X, denk ik daar vaak aan. Aan wat kinderboeken niet altijd letterlijk zeggen, maar wat er toch staat. Aan de papa van Django die de afwas doet, terwijl mama thuiskomt van haar werk, bijvoorbeeld, in Django heet Django van Edward van de Vendel. Dat vind ik zo mooi gedaan. En als ik tijdens mijn vakantie wat Jommekes uit de kast trek, lach ik met de Miekes die niet mee op avontuur kunnen omdat ze net aan de grote kuis begonnen zijn; groen lachen is ook lachen. Django en Jommeke zeggen iets over de rol van papa's en mama's en meisjes en jongens in de maatschappij.
Het zou fijn zijn als de Jeugdboekenmaand straks meer mensen bewust kan maken van wat wij - goed bedoelende volwassenen - met onze kinderboeken meegeven aan onze kinderen. Zo tussen de regels, impliciet, fluisterend. Op mijn stoute momenten zeg ik dat kinderboeken niet zo onschuldig zijn als ze lijken. Ze zitten vol onuitgesproken opvattingen die sporen in rotsen slijten als je ze maar lang genoeg laat druppelen.
(Bij Een land van waan en wijs / Rita Ghesquiere, Vanessa Joossen, Helma van Lierop-Debrauwer (red.) (Altas Contact, 2014); 'Een geval apart: meisjes- en jongensboeken' (p. 248-279) en 'Van de kleine naar de grote wereld: gezinsboeken en schoolverhalen' (p. 311-343).)
No comments:
Post a Comment