2.8.16

1906

Amper terug uit vakantie of het is al glimlachen als ik in Een land van waan en wijs lees wat socialiste en feministe Mathilde Wibaut in 1906 schreef:
Alles wat ruw en woest is, [is] vooral geschikt voor jongens; wat flauw en kinderachtig is, passend voor meisjes. [...] Als een boek mooi is, dan is het goed voor onze jongens, zoowel als voor onze meisjes. Daarentegen zijn ruwe of flauwe boeken evenmin goed voor een jongen als voor een meisje.
En als ze het heeft over 'verderfelijke meisjeslectuur' (wat vandaag geloof ik chicklit heet):
O, dat oppervlakkige in die lectuur, wat een kwaad doet het aan de meisjes. Kracht en flinkheid om zich in het moeilijke leven staande te houden, dat hebben onze meisjes nu toch wel in de eerste plaats nodig.
Een land van waan en wijs: geschiedenis van de Nederlandse jeugdliteratuur / Rita Ghesquiere, Vanessa Joosen, Helma van Lierop-Debrauwer (red.) (Atlas Contact, 2014) (p. 250, p. 259)

No comments:

Post a Comment